Content area
Full text
De afgelopen zestig jaar is in Nederland met regelmaat aandacht gevraagd voor daders in verschillende leeftijdsfasen, zoals jonge kinderen, adolescenten en jongvolwassenen, en voor de voorzieningen die voor deze leeftijdsgroepen geboden zijn. In 2011 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een adolescentenstrafrecht voorgesteld voor adolescenten en jongvolwassenen in de leeftijd van 15 tot 23 jaar. Een dergelijk voorstel vraagt om een (empirische) beschouwing van jongvolwassen (18- tot 25-jarige) verdachten en daders van misdrijven, de sancties die zij krijgen opgelegd en een vergelijking met adolescenten (12- tot 18-jarigen) en volwassenen (25- tot 30-jarigen). De geregistreerde criminaliteitscijfers wijzen erop dat omvang, type en ernst van de criminaliteit onder jongvolwassenen anders is dan onder adolescenten en volwassenen. Zelfrapportagestudies laten minder sterke verschillen tussen de leeftijdsgroepen zien, maar dit wordt wellicht (deels) verklaard door meer ernstige delicten gepleegd door jongvolwassenen die in zelfrapportage doorgaans buiten beeld blijven. De bevindingen ondersteunen de gedachte dat een aparte benadering van en interventies voor jongvolwassenen gewenst zijn. Overeenkomsten met adolescenten op het gebied van neurobiologische ontwikkeling rechtvaardigen bovendien de aansluiting bij een meer op heropvoeding en gedragsverandering gerichte benadering die het jeugdstrafrecht kenmerkt.
In Nederland is al enige tijd een levendige discussie gaande over de wijze waarop adolescente (12- tot en met 17-jarigen) en jongvolwassen (18 tot 23 of 24 jaar) daders het beste kunnen worden aangepakt. Onlangs nog kreeg die discussie een extra impuls vanwege het eind 2011 door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie ingediende voorstel voor de herziening van het jeugdstrafrecht, waarin onder meer wordt voorgesteld meer jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar onder het bereik van het jeugdstrafrecht te brengen. De discussie kenmerkt zich enerzijds door de roep om een striktere aanpak, onder meer door criminele jongeren al op jongere leeftijd langere sancties op te leggen. Anderzijds is er een pleidooi om ook voor jongvolwassenen een meer pedagogische aanpak conform het huidige jeugdstrafrecht te hanteren. In toenemende mate wordt beseft dat jongvolwassen daders niet in alle opzichten als volwassenen kunnen worden beschouwd (Moffitt, 1993). Hun ontwikkeling is nog in volle gang en hun leven kan nog alle kanten opgaan; de toekomst ligt voor hen open. Om de transitie naar volwassenheid - in psychologische, sociale en maatschappelijke zin - succesvol te doorlopen moet de jongvolwassene...





