Content area
Full text
De huidige bijdrage is gebaseerd op het onderzoek dat laatstgenoemde verrichtte in het kader van zijn masterscriptie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
De NOS meldt op 3 september 2018 dat er op sociale media als Instagram en Telegram honderden accounts met namen als ‘snelgeldverdienen’ of ‘moneymakers’ actief zijn die op grote schaal berichten plaatsen in de trant van ‘Wil je snel geld verdienen en ben je 18+? Stuur me dan snel een privéberichtje.’In deze berichten, die vooral gericht lijken op jongeren, wordt gevraagd om tegen betaling bankpassen en pincodes aan te leveren om fraude met pinpassen mogelijk te maken, een fenomeen dat in de wetenschappelijke literatuur ook wel wordt aangeduid als phishing (Lastdrager 2014). Bij banken bestaan er grote zorgen om deze activiteiten, omdat hier de nodige financiële schade mee gepaard gaat. Uit jaarcijfers van de Nederlandse Vereniging van Banken blijkt dat het schadebedrag door phishing in 2019 met bijna € 8 miljoen ruim verdubbeld bleek te zijn ten opzichte van 2018.
Hoewel de geleden schade door consumenten in veel gevallen door de banken wordt vergoed, hebben we hier te maken met vormen van online fraude die een grote financiële schade met zich meebrengen. Deze cybercriminele activiteiten zijn in Nederland eerder onderwerp van studie geweest door Soudijn en Zegers (2012) en Leukfeldt (2014). Beide studies zijn gebaseerd op een wetenschappelijke analyse van afgeronde politieonderzoeken. Soudijn en Zegers beschrijven de modus operandi van phishing op basis van een online cardingforum dat door de politie offline gehaald werd. Op basis van een analyse van de informatie op het forum concluderen Soudijn en Zegers (2012, p. 127) dat fysieke locaties zoals restaurants en clubs waar criminelen elkaar ontmoeten en kennis en informatie uitwisselen – zogeheten offender convergence settings (Felson 2006) – langzamerhand lijken over te zijn gegaan naar virtuele ontmoetingsplaatsen. Online, zoals op forums, ontmoeten mensen elkaar, worden goederen, diensten of informatie uitgewisseld en worden nieuwe criminele activiteiten besproken en uitgedacht. Soudijn en Zegers (2012, p. 127) concluderen om die reden dat ‘whoever gains admission to the forum thereby opens the doors to an enormous source of contacts’.
Op basis van een analyse van een opsporingsonderzoek naar een cybercrimineel netwerk dat zich bezighield met phishing in Amsterdam laat Leukfeldt (2014) echter zien dat ook de offline wereld een...





